top of page
  • Hade Scheyving

Leren vliegen

COLUMN. Onlangs woonde ik een congres bij over jongerenpsychologie. Een lezing rond perfectionisme en faalangst zette me aan het denken. Ik leerde ook een aantal dingen bij.



Zo mag je iemand niet bombarderen tot perfectionist. Je bent niet perfectionistisch, maar doet perfectionistisch. Het is een gedrag, geen identiteit. Als zorgverlener is het dan ook zinvol om te vragen 'Wanneer doe je niet perfectionistisch? Wanneer voel je je niet angstig?'. Stilstaan bij situaties of personen die ons meer rust en minder kopzorgen geven, kan helpen om ze actief te gaan opzoeken. Uitspraken als 'Wees toch eens wat minder perfectionistisch' hebben dan weer het averechtse effect. Ze verhogen alleen de mislukkingservaring.


Perfectionisme. Ik draag het zelf al mijn leven lang met me mee. Ik heb er mijn diepste dalen en grootste successen aan te danken. Mijn innerlijke criticus is mijn trouwste maatje. Van aan de zijlijn moedigt hij me aan of breekt hij me af. Laten we hem Brutus noemen.

Ik heb Brutus lang gehaat. Hij is niet lief, want je moet altijd sneller, verder, méér. 'Bijt op je tanden, zwakkeling.' Voor Brutus is het nooit genoeg. Er valt altijd nog iets te schrapen uit het onderste van die kan, ook al ben je leeg geperst en moe gestreden. Hij is hard en meedogenloos en wil steevast het laatste woord.


Mijn innerlijke criticus is mijn trouwste maatje. Van aan de zijlijn moedigt hij me aan of breekt hij me af

Intussen ben ik enkele wijsheden rijker. Ik ben Brutus niet en Brutus is niet ik. Je hoeft niet altijd naar hem te luisteren, ook al is dat een diepgewortelde gewoonte geworden en voelt het veilig. Hij heeft het niet altijd bij het rechte eind. Maar Brutus heeft wél het beste met jou voor. Hij wil dat je vooruit komt in het leven, dat je waardevolle dingen bereikt. Misschien zelfs dat je gelukkig bent? Hij wil jou helpen en stimuleren. Brutus is niet per se de vijand. Hij komt soms goed van pas.


Gelukkig leerde ik ook Anaïs kennen. Anaïs is mijn innerlijke supporter, mijn engelbewaarder. Ze houdt van flexibiliteit, vrijheid, loslaten. Ze is liefdevol en mild. Ze vertelt jou dat je best doen meer dan goed genoeg is. Dat je je waarde ook uit andere dingen dan productiviteit en presteren mag halen. Dat je moet rusten wanneer je moe bent. Dat het oké is om je eigen pad te bewandelen. Dat traag en gestaag prima is. Dat je mensen helemaal niet zo vaak teleurstelt als je zelf denkt. Dat je er niet alleen voor staat. In tijden van chaos en crisis, bedekt ze alle zorgen met een zacht, warm dekentje en legt ze Brutus het zwijgen op.


Ik heb geleerd dat je Anaïs en Brutus beiden aan het woord mag laten, en dan kan kiezen of je luistert. Beide entiteiten zijn niet je eigen bewustzijn, maar gewoon twee stemmetjes. Je hebt zelf de controle. Of toch in zekere mate. Soms gaat het eens mis, en dan is dat zo, zou Anaïs zeggen.


Een stukje van mijn perfectionisme en faalangst wil ik behouden. Het stuwt me voort, motiveert me eindeloos, ook op momenten dat ik geen zin of geen energie hebt. Mijn doorzettingsvermogen, mijn moed op donkere dagen, dat is Brutus. Ook brengt hij structuur en zo op een bepaalde manier rust. Zonder Brutus raak ik verward en de weg kwijt. Af en toe is Brutus dus welkom op de koffie, als hij iets nuttigs te vertellen heeft. Nadien schopt Anaïs hem onverbiddelijk weer de deur uit.


En wanneer ik even moe gevochten ben, doe ik nu gewoon een dutje. Brutus geeft me kracht, maar Anaïs geeft me vleugels.


 

Deze column is eerder verschenen in Artsenkrant van 24 november.

bottom of page