top of page
  • Foto van schrijverIne Van Houdenhove

Hou uw team mentaal gezond

Bijgewerkt op: 23 mei 2023

Wat kunt ú als leidinggevende doen voor het welzijn van de collega-artsen in uw praktijk, de haio’s, de secretariaatsmedewerkers,...? Hoe pakt u stressoren aan? En hoe ondersteunt u iemand die uitvalt?


Zijn er gedurende de werkdag momenten om heel even te ontspannen? Dat is uiteraard ook een goed idee als er nog géén stressklachten zijn.

Expertisecentrum The Human Link organiseert de opleiding ‘Hoe kan ik bijdragen aan het welzijn van mijn team?’. Ook nuttig voor wie geen leidinggevende rol vervult in strikte zin, zegt psychologe Annemarie Van Engeland, die de workshop begeleidt.

Goed omgaan met stress begint nog vóór er problemen zijn: “Dat noemen we primaire preventie. Ook als er nog niets aan de hand is, is het belangrijk om mentaal welzijn bespreekbaar te maken en een cultuur te creëren waarin collega’s regelmatig bij elkaar polsen hoe het gaat. Wie zijn hart kan luchten, en zich gehoord en erkend weet, voelt zich gesteund, en net dàt geeft weer energie.”

Het is daarbij belangrijk geen verkeerde verwachtingen te creëren: “Sommige zaken -- zoals hoge werkdruk -- zijn nu eenmaal niet te veranderen. Maar dat betekent niet dat je machteloos bent: het is zaak om ervoor te zorgen dat er ook voldoende energiebronnen of energiegevers zijn, zodat de balans goed zit. Interessante bijscholingen, af en toe een informeel momentje met de hele praktijk … Het is ook belangrijk om teamleden in te zetten op hun individuele talenten en voorkeuren: voor de één is een haio opleiden een bron van energie, voor de ander kost dat misschien voornamelijk energie. Ook inspraak is cruciaal: bijvoorbeeld mee kunnen bepalen wie op welke dag de avondraadpleging op zich neemt.” Belangrijk voor wie, al dan niet vanuit een leidinggevend mandaat, zorg voor het welzijn van teamleden wil opnemen: niet alle verantwoordelijkheid rust op uw schouders: “Uiteindelijk is welzijn een gedeelde verantwoordelijkheid”, zegt Annemarie Van Engeland. En ook: durft u het zélf aan te geven als het eens wat minder gaat?

Geen schroom

Op het moment dat er sprake is van stress, of misschien zelfs al overspanning, hebben we het over secundaire preventie, zegt Annemarie Van Engeland. “Dan is het zaak om correct in te schatten waar iemand zich bevindt in dat stresscontinuüm. En om hem of haar daarover aan te spreken, om vanuit je eigen bezorgdheid te zeggen wat je denkt te zien. Daar heerst soms wat schroom over of angst om iemand voor het hoofd te stoten. Maar mensen die onder chronische stress staan, hebben tunnelvisie, functioneren op automatische piloot. Het is dan zo waardevol als iemand uit de omgeving ziet wat er aan de hand is – al was het maar om een zaadje te planten – en bereid is om mee te denken over oplossingen.”

Dat kan op twee manieren: “Ten eerste door de balans te herstellen tussen energievreters en wat energie geeft. Misschien kan er onderling een tijdlang wat geschoven worden met taken, zodat de collega die het moeilijk heeft even meer dingen kan doen die energie geven?”.

“Maar ook: zijn er gedurende de werkdag momenten om heel even te ontspannen? Dat is uiteraard ook een goed idee als er nog géén stressklachten zijn. Kleine dingen, zoals tijd maken om even iets te drinken, een korte ademhalingsoefening te doen of alleen al maar op tijd naar het toilet te gaan. Consultaties die veel energie vragen in de mate van het mogelijke niet allemaal na elkaar inplannen, maar afwisselen met consultaties die energie geven. Ons lichaam kan omgaan met pieken van stress, maar niet met stress die nooit stopt.” En als huisarts weet u het zelf het best: doorverwijzen als dat nodig is -- liefst naar een psycholoog met expertise in de behandeling van chronische stress.

Verbondenheid

Als iemand in een burn-out belandt, en uitvalt, dan komen we in een derde fase, wat Van Engeland tertiaire preventie noemt. “Ik gebruik bewust ook hier de term preventie, omdat je ook in deze fase nog dingen ten goede kan keren op langere termijn. De belangrijkste opdracht hier is de verbondenheid met de collega’s en de praktijk trachten te behouden. Zo kan je de mentale afstand tegenover het werk, het cynisme dat bij een burn-out de kop opsteekt tegengaan. Heel vaak is er schroom om contact op te nemen met iemand die is uitgevallen, uit angst om de stress te verergeren. Maar zorg van teamleden ervaren doet deugd. Uiteraard respecteer je de wensen van de collega in kwestie over hoe en wanneer, maar laat je niet te snel afschepen.”

Voor iemand weer aan het werk gaat, is het belangrijk om een reïntegratiegesprek te houden. “Om samen te kijken welke aanpassingen er kunnen worden doorgevoerd in de praktijk -- al dan niet tijdelijk, want uiteraard is het niet de bedoeling om iemand een voorkeurspositie te geven, dat willen mensen die uitvallen vaak ook niet. Zo’n gesprek kan de angst voor terugkeren wat wegnemen. Blijf regelmatig opvolgen hoe het gaat. En verlies ook de rest van het team vanuit een primair preventief oogpunt niet uit het oog -- zij hebben tijdelijk meer moeten opvangen, hoe zit het met hun batterij?” En zo is de cirkel rond …

 

Dit artikel is verschenen in Artsenkrant van 12 januari 2023.

Comments


bottom of page