• Tessa Kerre

Rusteloosheid

COLUMN - Terwijl ik dit stukje schrijf, kijk ik door het raam. De veel te vroeg gevallen bladeren verworden tot pap, door de broodnodige maar intussen toch al wat vervelend aanhoudende malse regen. Na een verontrustend warme mooie zomer, is de herfst abrupt aangebroken. Een herfst die koud belooft te worden, in alle betekenissen. Dat er daarna ook nog een winter komt, daar durven we zelfs nog niet over na te denken. De ene crisis volgt op de andere, ze lopen parallel en verwarren elkaar tot een onrustbarend kluwen. Hoe moet dat met de wereld, met de mens(en)? Ik vraag het me steeds vaker af. Vooral 's nachts houden ze me wakker, de vragen, de zorgen.



Die verontrustend hete zomer bracht me te weinig rust. Het was keihard werken, zoals voor zovele collega's. Het rekkertje dat in ons huist, kwam steeds meer onder druk te staan, en hield het - in het beste geval - net tot het langverwachte verlof.


En toen begon de vakantiestress. Want tijdens die langverwachte vakantie moeten de batterijen worden opgeladen, moet de broodnodige energie worden bijgetankt, moet het hoofd tot rust komen, moet de druk van het rekkertje. Zodat we na de vakantie weer energie kunnen verbruiken, de rust verdrijven met zorg en zorgen, zonder dat het rekkertje knapt.


Maar die rust kwam maar niet. De onrust bleef. Als een gespannen veertje sprong ik van het ene naar het andere. Zocht ik vruchteloos naar manieren om mijn hoofd tot rust te krijgen. De dagen leken voorbij te vliegen, ik probeerde ze vast te houden, betekenisvol te vullen - want vooral dat kan mijn hoofd tot rust brengen. Ik las, en las en las. Heerlijke boeken, maar de rust kwam niet. Ik tekende, schilderde, wandelde, maar de onrust bleef. De dagen gleden als zandkorrels genadeloos door mijn vingers. De tijd vergleed. Die kostbare tijd waarin de rust moest komen. In de plaats kwam onrust.


Hoe kwam het? Kon ik De Rustelozen van Olga Tocarzcuk - het eerste boek dat ik las op weg naar Frankrijk en op de eerste, wisselvallige dag van de vakantie - beschuldigen van mijn rusteloosheid? Boeken kunnen natuurlijk veel. En ik vond De Rustelozen heel erg goed, en meeslepend.


Ik tekende, schilderde, wandelde, maar de onrust bleef

In de tweede helft van de tweede week gebeurde het dan toch. Lukte het me, dankzij het tomeloze geduld van mijn lieve man, de rust te vinden. Ik genoot van onze etentjes op wonderlijke plekken, van onze wandelingen in de natuur, ik verslond dikke boeken en voelde weer die gelukzaligheid van de lange zomerse dagen die zich lang en loom uitstrekken als katten in de zon. Enkel mijn honger naar kunst speelde me parten, maar het vooruitzicht van de tuinen van Monet in Giverny op de terugweg, voedde mijn rusteloze geest en bracht vreugde. Beetje bij beetje kwam de energie terug.


En toch, ik bleef 's nachts wakker liggen. Ik dacht (bijna) niet meer aan werkbesognes, maar de vragen werden groter, onbevattelijker. Hoe moet het met de wereld? Met de mens(en)? Intussen ligt de vakantie al enkele weken achter me. Word ik weer ondergedompeld in werk. Zijn het weer meer werkgerelateerde zorgen die me 's nachts wakker houden, maar die ene - veel te grote - vraag blijft me bestoken. En kijk, hier bracht De Rustelozen soelaas, misschien zelfs de sleutel om rust te vinden.


"Er is te veel wereld, je kunt je dus beter op details concentreren niet op het geheel." Die details mogen niet te klein worden, als geen ander erken ik de nood van het overzicht, het groter geheel. Maar misschien wordt dat groter geheel bij momenten wat te groot voor het hoofd van één mens. En mogen/moeten we 's nachts wel meer focussen op de - mooie, deugddoende - details. Ik wens het u toe, mooie details en rustige nachten.



 

Prof. dr. Tessa Kerre is hematoloog. Deze column is ook verschenen in Artsenkrant.